Startpagina | Zoeken | Soort identificeren | Taxonomische boom doorbladeren | Quiz | Over deze website | Geef uw mening
 
Algemene informatie

Reptielen en amfibieën van Nederland, België en Luxemburg
Reptielen en amfibieën komen op veel plaatsen voor. Sommige soorten zijn algemeen, andere zijn slechts zeer lokaal aan te treffen. Dit informatiesysteem is bedoeld als hulpmiddel voor het op naam brengen van de verschillende soorten en als informatiebron over hun leefwijze.
Alle 24 inheemse soorten zijn opgenomen (waarvan 1 een hybride). Ook zijn er drie exoten bijgevoegd, waarvan 2 zich zeker ook voortplanten in de Benelux.
De zeeschildpadden zijn niet opgenomen. Er komen hier wel een aantal soorten voor, maar deze komen alleen om te foerageren, zij planten zich hier niet voort.

Algemene informatie reptielen en amfibieën
Herpetofauna is de verzamelnaam voor de diergroepen reptielen en amfibieën. Zij hebben gemeen dat ze allemaal koudbloedig zijn, hun lichaamstemperatuur is afhankelijk van de temperatuur van hun omgeving. Voor het overige zijn deze twee groepen totaal verschillend. Amfibieën kunnen voor hun voortplanting niet zonder water, reptielen kunnen niet zonder zonnewarmte.
Zowel reptielen als amfibieën wisselen door het jaar heen van biotoop. In de winter houden zij een winterslaap op een vorstvrije plaats. Amfibieën kiezen daarvoor een vochtige plek, reptielen zoeken een drogere, beschutte plaats. In het voorjaar trekken de dieren richting hun voortplantingsplaatsen.
Amfibieën, behalve de vuursalamander, zitten in de paartijd gedurende langere of kortere tijd in het water om zich voort te planten. Bij alle soorten is er een larvestadium, pas nadat de larven gemetamorfoseerd zijn zijn ze morfologisch identiek aan de volwassen dieren. Larven van padden en kikkers worden ook wel dikkopjes genoemd, bij hen vormen kop en lijf in eerste instantie één geheel. Larven van salamanders lijken morfologisch al meer op de ouderdieren, maar hebben uitwendige kieuwen. Deze verdwijnen na de metamorfose. Watersalamanders zien er in de waterfase (de periode dat ze voor hun voortplanting in het water zitten) heel anders uit als in de landfase. Met name de mannetjes ontwikkelen grote rugkammen en/of staartzomen en worden veel kleuriger. De meeste amfibieën verlaten na de voortplanting het water en leven dan op vochtige plekken aan land.
Bij reptielen speelt alles zich aan land af. Na de winterslaap komen de mannetjes als eerste tevoorschijn zodat hun sperma voldoende ontwikkeld is wanneer de vrouwtjes wakker worden. Sommige soorten blijven 's zomers in hetzelfde gebied als in het voorjaar. Andere trekken juist weg. Met name slangen trekken na de paring soms honderden meters weg. Reptielen leggen eieren of zijn eierlevendbarend.
In het najaar trekken reptielen en amfibieën weer richting hun overwinteringplaatsen.